Concertrecensie | Mintzkov @ Tivoli de Helling, Utrecht

Mintzkov is al veertien jaar een vaste waarde in muziekland. De band uit het Belgische Lier bracht eind vorig jaar alweer het vierde album, getiteld Sky Hits Ground, uit. De laatste stop van hun Nederlandse clubtour is Tivoli de Helling.

The Silverfaces mogen voor de derde keer openen voor Mintzkov. De dames en heren van de Herman Brood Academie hebben nog weinig op het podium gestaan, maar sleepten al wel de Amsterdamse popprijs binnen. Qua geluid doen ze denken aan Jack White met een flinke teug psychedelica. Door aanstekelijke riffs en een uitstekende techniek te combineren met een raspend stemgeluid creëert de band een apart geluid.

Het duurt even voordat het publiek opgewarmd is. Zanger Jesse Koch probeert vlak voor één van zijn vele gitaarsolo’s het publiek dichter bij het podium te krijgen. Met wat aansporing onder het mom van “duurt lang!” lukt dat dan eindelijk. Als de band nog meer een eigen smoel krijgt, kunnen ze het weleens ver gaan schoppen.

Van het hoofdprogramma werd jaren geleden ook gezegd dat het een band was om in de gaten te houden. Ze wonnen de Humo Rock Rally, maar zijn daarna opmerkelijk genoeg nooit echt doorgebroken. Mintzkov is in al die jaren het kleine broertje van die andere Vlaamse band gebleven.

Het is vanaf de eerste minuut duidelijk hoe goed de heren en dame hun instrumenten beheersen. Bassiste Lies Lorquet speelt groovende en strakke baspartijen en zanger Philip Bosschaerts heeft een haast hypnotiserend stemgeluid. Dat stemgeluid is wat de band onderscheidend maakt. Instrumentaal zit het namelijk goed in elkaar, maar het blijft eenvoudig. Het is dan ook jammer dat niet alle nummers de stem van Bosschaerts optimaal benutten.

Halverwege het optreden ontstaat er dan ook een dip. Het is een slimme zet om juist dan het publiek bij de muziek te betrekken. Pas als echt iedereen uit volle borst het refrein van ‘Opening Fire’ zingt, is Bosschaerts tevreden en gaat het concert verder. Het werpt zijn vruchten af, want het publiek is de rest van de avond rustiger en minder rumoerig.

Mintzkov is niet de meest charismatische band die er is. Bosschaerts vertelt wat verhalen over hun nummers en voorgaande optredens, maar de band als geheel is stijfjes. Op een klein podium is dat niet erg, maar in een grote zaal moet je de aandacht van het publiek vast kunnen houden. Na afloop blijft er dan ook een dubbel gevoel over. Aan de ene kant gun je het de band om in grotere zalen te spelen, maar aan de andere kant zijn ze misschien wel op hun best in kleine zalen. Het zou zonde zijn als de magie van Bosschaerts stem verloren gaat in de massa.

Concertrecensie | Revere @ Rotown, Rotterdam

Hoe de Londense band Revere in Nederland terecht is gekomen is een bijzonder verhaal. Een Nederlandse muziekliefhebber zorgde voor bekendheid van de band in zijn kennissenkring en via via tekende de band bij V2 Benelux: de eerste stap naar het Europese vasteland. Het concert in Rotown is de vuurdoop van het nieuwe album My Mirror / Your Target, dat door crowdfunding tot stand is gekomen. Zanger Stephen Ellis benadrukt tijdens het concert dat ze nooit verwacht hadden in Nederland op te zullen treden. En dat is te zien, want het plezier straalt van de band af.

De muziek van Revere is lastig te omschrijven, omdat ze hun inspiratie halen uit veel verschillende genres en artiesten. Het is een soort combinatie van Editors, Arcade Fire en Get Well Soon, aangevuld met elementen uit de postrock. Het gevolg is een set die veel afwisseling kent met aan de ene kant nummers die niet zouden misstaan in een stadionconcert en aan de andere kant rustige nummers die je aan de lippen van Ellis laten hangen. Mede door een viool en cello wordt een vol geluid gecreëerd.

Het podium is volledig gevuld door de zevenkoppige band, die live als achtste muzikant ook nog een trompettist meeneemt. Ondanks de weinige ruimte stuiteren de bandleden bij de uptempo nummers het podium over. Van die uptempo nummers, zoals het aanstekelijke ‘We Won’t Be Here Tomorrow’, moet de band het vanavond vooral hebben. Dat ligt niet aan hun muzikale kwaliteiten, maar aan de herrie vanuit het publiek. Zonde, want daardoor komt het prachtige ‘What Am I If I’m Not Even Dust’ live niet goed tot zijn recht.

Een groot probleem is dat het geluid slecht afgesteld is: de leadzang is amper te horen als de muziek aanzwelt. Zo valt ook de cover van Depeche Mode’s ‘Enjoy the Silence’ in het water. Tijdens rustige nummers is goed te horen dat het warme stemgeluid van Ellis de muziek met gemak kan dragen, maar tijdens hardere nummers blijft daar weinig van over.

Hoogtepunten van de set zijn de indrukwekkende samenzang bij ‘Don’t Look up, Hannah’ en het prachtige ‘The Escape Artist’, dat een perfecte afsluiter van de avond is. De betovering blijft uit, maar dat kunnen we de band zelf niet kwalijk nemen. Als de sympathieke Britten wat meer naamsbekendheid krijgen gaan we ze zeker terugzien in grotere zalen.

Setlist:

  • Code
  • I Won’t Blame You
  • Keep This Channel Open
  • As the Radars Sleep
  • Throwing Stones
  • Enjoy the Silence
  • A Road from a Flood
  • Don’t Look up, Hannah!
  • Fold up your flag
  • We Won’t Be Here Tomorrow
  • These Halycon Days
  • What Am I If I’m Not Even Dust
  • Maybe We Should Step Outside
  • Tadoma

Toegift:

  • The Escape Artist

Concertrecensie | Two Gallants @ Doornroosje, Nijmegen

Two Gallants, vernoemd naar een verhaal van James Joyce in Dubliners, is een duo uit Californië. Met drums, gitaar en harmonica maken de muzikanten folk rock, die sinds het album The Bloom and the Blight uit 2012 meer richting rock gaat dan ooit tevoren. De mannen hebben al vier albums op hun naam staan, maar zijn nog steeds te vinden in relatief kleine zalen als Doornroosje.

Het Vlaamse The Hickey Underworld opent de avond in een nog amper gevulde zaal. Een opmerkelijk voorprogramma, want waar Two Gallants hard en zacht perfect af kan wisselen, is er bij de Belgen weinig subtiliteit te vinden. Vanaf de eerste seconde gaat het van hard naar harder, lijkt de bassist enigszins onder invloed te zijn en is de zanger amper te horen en al helemaal slecht te verstaan. Wellicht een geschikt voorprogramma voor een hardrockband als, maar voor deze avond is het een vreemde keuze.

Een half uur later betreden zanger en gitarist Adam Stephens en drummer Tyson Vogel het podium. Het is goed te horen dat de mannen al meer dan tien jaar samen spelen, want ze vullen elkaar perfect aan. Op een muzikaal foutje zijn ze niet te betrappen. Vogels heldere achtergrondzang vormt een perfecte aanvulling op het raspende geluid van Stephens. Gitaar en drums raken ondertussen regelmatig verwikkeld in interessante kat- en muisspelletjes. Stephens blijkt een goede tokkelaar te zijn en Vogel is een begenadigd drummer.

‘Broken Eyes’ vormt een mooi rustpunt in de set. Stephens neemt met zijn mondharmonica plaats achter de piano en Vogel stapt over op een akoestische gitaar. De stem van Stephens blijkt veel geschikter te zijn voor rustige nummers dan voor het hardere werk. Waar hij bij nummers als ‘Ride Away’ moeite heeft het volume van de schreeuw te halen, is zijn stem prachtig subtiel tijdens het mooie ‘Broken Eyes’.

Toch heeft de band moeite de aandacht van het publiek vast te houden. Tijdens het hele concert wordt er gepraat en enkele mensen lopen voor het einde al weg om een biertje te gaan drinken in het café. Wellicht is de muziek te complex om lang interessant te blijven. Het duo heeft er een handje van om extra noten toe te voegen om een voller geluid te creëren, waardoor de muziek soms gekunsteld aanvoelt.

Gelukkig is er het nummer ‘Halycon Days’ om de aandacht weer te grijpen. Stephens begint het nummer gehurkt op de grond, maar staat even later zijn longen uit zijn lijf te schreeuwen. Als het nummer weer tot rust komt, speelt Vogel staand op de bekkens van zijn drumstel. Even later wordt hij door de bassist van The Hickey Underworld op de schouders genomen en door de zaal gedragen. Na een knuffel voor de geluidsman keert hij weer terug op het podium en knalt het nummer weer verder. Samen met ‘Broken Eyes’ vormt dit het hoogtepunt van de set. Hoe muzikaal de mannen ook zijn, zullen ze niet snel promoveren naar grotere zalen. Daar is hun geluid toch te specifiek voor.

Concertrecensie | Unknown Mortal Orchestra @ Merleyn, Nijmegen

Eén van de leukste ontdekkingen van dit jaar is het Nieuw-Zeelandse/Amerikaanse Unknown Mortal Orchestra. Het tweede album van de band, met de originele titel II, staat vol psychedelische rock met een lekker retro sausje. Tel daar een aparte stem, veel galm en aanstekelijke riffs bij op en je hebt de omschrijving van een interessante band te pakken. In een afgeladen Merleyn is het aan het drietal om de verwachtingen in te lossen.

Al vroeg in de set valt op dat er drie uitstekende muzikanten op het podium staan. Zanger en gitarist Ruban Nielson tovert met gemak riffs uit zijn gitaar, drummer Riley Geare is een waar powerhouse en Jake Portrait vult met zijn bas de ritmes op een perfecte manier aan. Het is een slimme zet om de drums aan de zijkant en niet aan de achterkant van het podium op te stellen. Geare trekt door zijn beheerste, maar strakke drumstijl namelijk de aandacht van het publiek.

Zijn kwaliteiten komen bijvoorbeeld tot uiting na afloop van ‘How Can You Luv Me’. Geare verweeft dit nummer met de volgende door zijn longen uit zijn lijf te drummen. Ook de solo’s van Nielson zijn aangenaam om naar te luisteren. Het eerste album is live, net als op plaat, een tikje minder dan het tweede album. Het zijn vooral nummers als ‘From the Sun’ en ‘No Need For a Leader’ die het goed doen.

Frontman Nielson staart vooral naar zijn gitaar en de grond. Tijdens het grootste deel van het concert maakt hij amper contact met het publiek. De galmende microfoon is een slim onderdeel van de muziek, maar verslechtert de interactie met het publiek nog meer. Een grap van Nielson, hij weet niet meer welke dag van de week het is, komt niet over omdat hij amper te verstaan is.

Het cliché dat bands live beter zijn dan op albums is muzikaal gezien zeker waar voor Unknown Mortal Orchestra. Door solo’s in de nummers te verwerken en het geheel wat harder te laten klinken, geeft de band live iets extra’s. Het is jammer dat de mannen zelf wat afwezig lijken te zijn vanavond. Het enthousiast publiek verdient meer interactie met de mannen. Een verbeterpunt dat dit interessante bandje in de toekomst nog beter kan maken.

Concertrecensie | Mozes and the Firstborn @ Rotown, Rotterdam

Een kapotte bassnaar en een decibelmeter die ermee ophoudt. Zo zou je het concert van Mozes and the Firstborn in Rotown kort samen kunnen vatten. Dit doet de band echter weinig eer aan, want het gaat hier niet om het zoveelste harde gitaarbandje van Nederlandse bodem.

De vier jongemannen uit Eindhoven nemen je mee terug in de tijd: de aanstekelijkheid van The Beatles, het gruizige van Nirvana en de air van Britse bands als Oasis zijn de ingrediënten van hun kersverse debuutalbum. Onder begeleiding van het nummer ‘Backstage’ van sixties zanger Gene Pitney, komt de band met veel bravoure het podium op. “Kom maar, kom maar”, roept zanger Melle Dielesen, om het applaus verder aan te laten zwellen.

Na de intro volgt een setlist vol catchy nummers. ‘Bloodsucker’ en ‘Peter Jr.’ zijn uitstekende voorbeelden van de slimme muziek die de band maakt. Zowel de gitaarlijnen als de songteksten blijven hangen en een enkeling in het publiek zingt al volop mee. Tijdens het intro van ‘Time’s a Headache’ wordt duidelijk hoe rumoerig het publiek is. Bij het merendeel van de nummers overstemt de muur van geluid het geklets echter makkelijk.

Niet alle nummers zijn even sterk, maar met ‘Burn, Burn, Burn’, afkomstig van de EP I Got Skills, laat de band horen wel degelijk veelzijdig te zijn. Drummer Raven Aarsten pakt een gitaar op, gitarist Ernst-Jan van Doorn stapt over op tamboerijn en de vier scharen zich gezamenlijk achter twee microfoons. Het is goed dat er een rustmoment ingebouwd wordt, want de set dreigt soms te vervallen in een harde brij.

Tijdens ‘Party Crasher’ breekt Corto Blomaert een snaar van zijn basgitaar. Dit wordt soepel opgelost door Aartsen, die met zijn drumstel de sfeer erin houdt. De avond wordt afgesloten met radiohit ‘I Got Skills’ en het oude nummer ‘Wannabe’. Het publiek zingt uit volle borst het aanstekelijke “Skills, I got skills, I got skills to make it to your doorway” mee. Hebben we de ‘Electric’ van dit jaar gevonden? ‘Wannabe’ maakt onbedoeld duidelijk hoe hard de band gegroeid is, want de nieuwe nummers klinken een stuk volwassener. Geef de jongens wat tijd om zich nog verder te ontwikkelen, en ze zijn binnen de kortste keren te vinden in grotere zalen en op de festivals.

Setlist:

  • Intro
  • Bloodsucker
  • Waiting for Something New
  • Peter Jr.
  • What’s Wrong Mama
  • Skinny Girl
  • Time’s a Headache
  • Seasons
  • Burn Burn Burn
  • Down with the Band
  • Party Crasher
  • Gimme Some

Toegift:

  • Heaven
  • I Got Skills
  • Wannabe

Bron: ROAR E-Zine

Concertrecensie | The Walkmen @ Tivoli Oudegracht, Utrecht

The Walkmen was in 2010 voor het laatst in Nederland voor een clubshow. Na festivals als Lowlands en London Calling staat de band vanavond eindelijk weer met een eigen show op het podium, en wel in een vol Tivoli Oudegracht.

De eer is aan het Zwolse The Horse Company om het publiek op te warmen. Ondanks de nieuwe bezetting spelen ze een strakke en degelijke show. Enig nadeel is een gebrek aan afwisseling in nummers. De band heeft inmiddels drie albums op haar naam staan, dus je zou verwachten dat er genoeg materiaal is om een interessantere setlist ten gehore te brengen. Een gemiste kans.

The Walkmen maakt wel optimaal gebruik van het veelvoud aan albums: maar liefst vijf van de zeven platen zijn vertegenwoordigd op de setlist. Waar je een opener van het jongste album Heaven verwacht, kiest de band voor ‘Thinking of a Dream I Had’ uit 2004. Sterker nog, het eerste nummer van Heaven komt pas na vier oudere nummers aan bod. De toon wordt meteen gezet door de indrukwekkende uithalen van zanger Hamilton Leithauser.

De band is serieus en misschien zelfs wat afstandelijk. Vlotte babbels en levendige interactie met het publiek hoef je bij The Walkmen niet te verwachten. Het zou ook niet passen bij hun classy uitstraling, die zich uit in zondagse pakken, rode wijn en vintage apparatuur. De boomlange zanger is van zichzelf een indrukwekkende verschijning. Dit wordt versterkt door de belichting van achter de band en de manier waarop Leithauser voortdurend met een nonchalante hand in de broekzak over de zaal uitkijkt. De rest van de band houdt zich op de achtergrond, maar speelt ontzettend strak.

De set is goed in balans: rustige en hardere nummers en oud en nieuw werk worden op een knappe manier afgewisseld. De meeste sets zakken halverwege wat in, maar The Walkmen kiest op dat punt voor het energieke nummer ‘The Rat’. Een slimme zet, zoals ook te merken is aan de positieve reactie van het publiek. Een compliment aan de drummer, die de longen uit zijn lijf drumt.

Een minpunt is dat het laatste album er met drie nummers wat bekaaid vanaf komt. Bovendien is het jammer dat de band het publiek niet met een knaller naar huis stuurt, maar kiest voor het rustige ‘While I Shovel the Snow’. Maar wie neemt dit de band nu echt kwalijk? Ik durf te wedden dat het merendeel van het publiek er de volgende keer weer bij is. The Walkmen is namelijk een perfect afgestemde liveband, die je gezien moet hebben.

Setlist:

  • Thinking of a Dream I Had
  • On the Water
  • In the New Year
  • Angela Surf City
  • Line by Line
  • Blue as Your Blood
  • 138th Street
  • Juveniles
  • The Rat
  • Canadian Girl
  • Woe Is Me
  • We Can’t Be Beat
  • Heaven

Toegift:

  • All Hands and the Cook
  • While I Shovel the Snow

Concertrecensie | Jacco Gardner @ Supermarkt, Den Haag

Volgens de (internationale) pers is Nederland een muzikaal wonderkind rijker. De 24-jarige Jacco Gardner bracht op 11 februari zijn debuutalbum Cabinet of Curiosities uit en heeft vooralsnog alleen nog maar lovende kritieken ontvangen. In Nederland zal dit concert vermoedelijk de laatste in een zaal van dit formaat zijn. De rest van de binnenlandse tour vindt plaats in grotere zalen en ook het buitenland staat op de planning.

In de studio bespeelde Gardner, op de drums na, alle instrumenten zelf. Live neemt hij ter ondersteuning Jos van Tol, Jasper Verhulst en Keez Groenteman mee. De laatste twee speelden samen met Gardner in Lola Kite. Deze bandervaring uit zich in goed afgestemd geluid en mooie samenzang. Gardner zelf tovert de klanken van bijzondere instrumenten, zoals die van een klavecimbel, uit zijn keyboard. Dit vormt samen met de galmende zang het belangrijkste ingrediënt van de psychedelische barokpop.

Het complete debuutalbum van Gardner komt aan bod en ook b-side ‘House of the Moon’ wordt gespeeld. De set bevat weinig afwisseling, maar dit wordt vooral veroorzaakt door het mooie geheel dat de nummers vormen. Toch zouden improvisatie en solo’s het concert nog beter kunnen maken. Een aantal fans heeft de tekst van ‘Watching the Moon’ op karton geschreven. Een gebaar dat zichtbaar op prijs wordt gesteld door Gardner.

De projecties op de achtergrond leveren een grote bijdrage aan de sfeer van de avond, hoewel bassist Verhulst af en toe vergeet ze met zijn Wiimote op tijd aan te zetten. Eén van de projecties is afkomstig uit de eerste verfilming van Alice in Wonderland uit 1903. De obscure en experimentele beelden sluiten naadloos aan op de muziek.

De sterke nummers ‘Clear the Air’, ‘The Ballad of Little Jane’ en ‘Where Will You Go’ vormen de afsluiting van de set. Het is jammer dat Gardner er niet voor gekozen heeft één van deze nummers te bewaren voor de toegift, die met onder andere ‘The One Eyed King’ voor een anticlimax zorgt. Een talent is Jacco Gardner absoluut, maar tijdens het optreden lijkt het soms alsof het album afgespeeld wordt. Met wat meer interactie zullen zelfs de laatste pratende mensen zwijgen en mogen we echt van een nieuw wonderkind spreken.